De coronacrisis heeft zoals in alle sectoren een grote impact op het management van sociale ondernemingen. Lees hier het laatste nieuws.

Statuut

Arbeidsstatuut: aard van het arbeidsstatuut van de loontrekkende medewerker (arbeider, bedienden of ambtenaar)
Bij een “geïndexeerde evolutie” nemen we een bepaald jaar als referentie (vast punt). Dit punt zetten we op 100. Daarna kijken we hoe dit verder in de tijd is geëvolueerd.

Hoe tabellen/figuren lezen?

Bijvoorbeeld: in PC 318 werkt 89,9% van de medewerkers in een arbeidersstatuut, terwijl dit gemiddeld in Vlaanderen 35,7% bedraagt.

  • Arbeider
  • Bediende
  • Ambtenaar

Methodologie

Medewerkers volgens paritair comité

Medewerkers (loontrekkenden, woonachtig in Vlaanderen, die via dmfa gekend zijn bij de RSZ) kunnen worden ingedeeld volgens het paritair comité waaronder hij/zij werkzaam is. Voor de social profit weerhouden we 7 paritaire comités:

PC 318: Diensten voor gezins-en bejaardenhulp

PC 319: Opvoedings-en huisvestingsinrichtingen en –diensten

PC 327: Beschutte en sociale werkplaatsen

PC 329: Socioculturele sector

PC 330: Gezondheidsinrichtingen en -diensten

PC 331: Vlaamse welzijns- en gezondheidssector

PC 337: Non-profit

Tot 2007 werden PC 330 en PC 331 verenigd onder PC 305 (Gezondheidsdiensten).

De term ‘medewerker’ verwijst naar alle loontrekkende werknemers die in het Vlaams Gewest wonen. Het verschil met arbeidsplaatsen is dus dat de plaats van tewerkstelling van de ‘medewerker’ niet gekend is. Hij of zij kan in Vlaanderen, Brussel, Wallonië of in het buitenland werken. Het gaat hier enkel over de loontrekkende werknemers die zijn aangegeven bij de RSZ. Werknemers die ressorteren onder de DIBISS-gegevens worden hier buiten beschouwing gelaten.

Ik help je graag

Dirk Malfait

Dirk Malfait

Beleidsadviseur arbeidsmarkt en onderwijs

Stel je vraag