De coronacrisis heeft zoals in alle sectoren een grote impact op het management van sociale ondernemingen. Lees hier het laatste nieuws.

Leeftijd (detail)

Het aantal medewerkers kan ook worden uitgedrukt naar voltijdsequivalenten (vte). Hierbij wordt uitgegaan van een telling van de arbeidsprestaties van de medewerker, gekoppeld aan het arbeidsvolume. Iemand die halftijds werkt, wordt slechts meegeteld voor de helft van een voltijdsequivalent.

De medewerkers worden hier ingedeeld volgens vijfjarige leeftijdsklassen. De ‘ratio’ geeft de verhouding weer tussen het aantal medewerkers in koppen en in voltijdsequivalenten.

Hoe tabellen/figuren lezen?

Bijvoorbeeld: in PC 318 werken er bij de 55- tot 59-jarigen 185 medewerkers per 100 vte, terwijl dit gemiddeld op de Vlaamse arbeidsmarkt slechts 131 medewerkers per 100 vte is.

  • Social profit
  • Vlaamse arbeidsmarkt
  • 50-54
  • 55-59
  • +59
  • PC 318
  • Social profit
  • Vlaamse arbeidsmarkt
  • PC 319
  • Social profit
  • Vlaamse arbeidsmarkt
  • PC 327
  • Social profit
  • Vlaamse arbeidsmarkt
  • PC 329
  • Social profit
  • Vlaamse arbeidsmarkt
  • PC 330
  • Social profit
  • Vlaamse arbeidsmarkt
  • PC 331
  • Social profit
  • Vlaamse arbeidsmarkt
  • PC 337
  • Social profit
  • Vlaamse arbeidsmarkt

Methodologie

Medewerkers volgens paritair comité

Medewerkers (loontrekkenden, woonachtig in Vlaanderen, die via dmfa gekend zijn bij de RSZ) kunnen worden ingedeeld volgens het paritair comité waaronder hij/zij werkzaam is. Voor de social profit weerhouden we 7 paritaire comités:

PC 318: Diensten voor gezins-en bejaardenhulp

PC 319: Opvoedings-en huisvestingsinrichtingen en –diensten

PC 327: Beschutte en sociale werkplaatsen

PC 329: Socioculturele sector

PC 330: Gezondheidsinrichtingen en -diensten

PC 331: Vlaamse welzijns- en gezondheidssector

PC 337: Non-profit

Tot 2007 werden PC 330 en PC 331 verenigd onder PC 305 (Gezondheidsdiensten).

De term ‘medewerker’ verwijst naar alle loontrekkende werknemers die in het Vlaams Gewest wonen. Het verschil met arbeidsplaatsen is dus dat de plaats van tewerkstelling van de ‘medewerker’ niet gekend is. Hij of zij kan in Vlaanderen, Brussel, Wallonië of in het buitenland werken. Het gaat hier enkel over de loontrekkende werknemers die zijn aangegeven bij de RSZ. Werknemers die ressorteren onder de DIBISS-gegevens worden hier buiten beschouwing gelaten.

Ik help je graag

Dirk Malfait

Dirk Malfait

Beleidsadviseur arbeidsmarkt en onderwijs

Stel je vraag