Nationaliteit

Hoe tabellen/figuren lezen?

Bijvoorbeeld: in 2019 heeft 4,4% van de medewerkers in de social profit niet de Belgische nationaliteit, terwijl dit op de Vlaamse arbeidsmarkt 9,7% van de medewerkers is. Het aandeel nieuwe Belgen ligt in de social profit op 8,5% (Vlaamse gemiddelde: 10%). Voor toelichting over het verschil tussen nieuwe Belgen en niet-Belgen, zie de methodologie hieronder.

  • Nieuwe Belgen
  • Niet-Belgen (EU)
  • Niet-Belgen (buiten EU)

Methodologie

Nationaliteit

Met medewerker verwijzen we naar de loontrekkende werknemer, woonachtig in het Vlaams Gewest, ongeacht de plaats van tewerkstelling. Het betreft de loontrekkende werknemer die, via de multifunctionele aangifte (DMFA), wordt aangegeven bij de RSZ. Werknemers waaraan geen paritair comité is toegekend, worden hier buiten beschouwing gelaten. We werken hier met de interactieve toepssing van het dataware house KSZ, wat impliceert dat loontrekkenden die gekend zijn bij de RSZ, maar die tevens een zelfstandige/helpers activiteit uitoefenen niet worden meegenomen.

Zoals hoger vermeld worden ook de medewerkers die niet tot een paritair comité behoren (vooral medewerkers werkzaam in de publieke diensten) niet meegenomen.Dit verklaart het verschil met de “zuivere rsz-gegevens” op 30 juni voor het totaal op de Vlaamse arbeidsmarkt.

De nationaliteit van de medewerkers

De KSZ heeft een unieke koppeling met de Rijksregistergegevens en de gegevens van de loontrekkenden. Binnen de Belgen kunnen we de “nieuwe Belgen” onderscheiden. De nieuwe Belgen definieren we hier als de medewerkers met een actuele Belgische nationaliteit, maar die bij geboorte (eerste nationaliteit) een andere dan de Belgische nationaliteit bezaten.

De medewerkers met een niet-Belgische nationaliteit worden opgedeeld in:

  • Medewerkers met een nationaliteit uit de buurlanden (Nederland, Frankrijk, Luxemburg en Duitsland).
  • Medewerkers met een nationaliteit uit Noord-EU (Ierland, Verenigd Koninkrijk, Zweden, Denemarken en Finland).
  • Medewerkers met een nationaliteit uit Oost-EU (Letland, Estland, Litouwen, Slovenië, Slovakije, Tsjechië, Roemenië, Polen, Bulgarije, Oostenrijk en Hongarije).
  • Medewerkers met een nationaliteit uit Zuid-EU (Griekenland, Cyprus, Malta, Italië, Spanje en Portugal).
  • Medewerkers met een nationaliteit uit andere Europese landen.
  • Medewerkers met een nationaliteit uit Afrika.
  • Medewerkers met een nationaliteit uit de andere landen.

Ik help je graag

Dirk Malfait

Dirk Malfait

Beleidsadviseur arbeidsmarkt en onderwijs

Stel je vraag