De coronacrisis heeft zoals in alle sectoren een grote impact op het management van sociale ondernemingen. Lees hier het laatste nieuws.

“Als we samenwerken, hebben we impact”

Een mijlpaal is een gelegenheid om zowel achterom als vooruit te blikken. Het 20-jarige bestaan van VIVO is zo’n mijlpaal.

Wie kijkt naar de afgelopen twee decennia, kan niet anders dan vaststellen dat VIVO een verschil heeft gemaakt voor de social profit in Vlaanderen. Wie naar de toekomst kijkt, merkt dat een paritair beheerd orgaan zoals VIVO - dat drijft op overleg - zal moeten blijven overtuigen. Een gesprek met directeur Luc Van Waes en voorzitter Ingrid Lieten (Verso).

Hoe heeft VIVO de voorbije 20 jaar het verschil gemaakt? Of nog scherper gesteld: zou de social profit er anders uitzien zonder VIVO?

Luc Van Waes: “Twee concrete vragen leidden in 1999 tot het ontstaan van VIVO. Eerst en vooral was er de vraag om de ingewikkelde en uit vele paritaire comités bestaande social profit te overkoepelen om zo de instroom van nieuwe medewerkers te bevorderen. Die vraag kwam vooral vanuit de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling (VDAB), die wel een sterk aanbod had in de secundaire en tertiaire sector, maar op dat moment een duw nodig had voor een sector die wat verwaarloosd was: de social profit. Opeenvolgende Vlaamse regeringen namen allerlei initiatieven op vlak van opleidingen en arbeidsmarkt om die sectoren te ondersteunen en maakten daar ook middelen voor vrij, maar botsten op een probleem: er was geen overkoepelend aanspreekpunt. In het begin ging het om extra opleidingen voor werkzoekenden, die later grotendeels opnieuw bij VDAB werden ‘geparkeerd’.”

ingid lieten-luc van waes_-5.jpg

“Een tweede grote vraag vanuit de overheid draaide rond de verdeling van een vormingsbudget ter ondersteuning van de werknemers en gefinancierd door de werkgevers. Vergelijk het met de opleidingscheques.”

“Nadien is het inhoudelijk belangrijke gegeven gegroeid van sectorconvenants. Dergelijke overeenkomsten tussen de Vlaamse overheid en de sectoren, bestonden al sinds eind jaren 1990, maar zijn binnen de social profit voor het eerst in 2003 tot stand gekomen. Ingrid Lieten: “Vandaag staan we voor ons achtste convenant, die nog steeds steunt op drie inhoudelijke poten die van bij het begin werden vastlegd. Het gaat om alles rond:

  • instroom, onderwijs, arbeidsmarkt
  • leren en competentiebeleid
  • de evenredige arbeidsvertegenwoordiging (wat later uitgroeide rond diversiteit in zijn algemeenheid).”

Luc: “Na deze geschiedkundige aanloop kom ik terug op de vraag: hoe zou de sector er uitzien zonder VIVO? Ik denk dat er een veel grotere versnippering zou geweest zijn. Als ik denk aan het departement Onderwijs of de VDAB, dan denk ik dat we een grote meerwaarde hebben door samen te brengen wat er in de verschillende sectoren gebeurt. Bovendien kunnen wij de krachten bundelen en zoeken naar de gemene delers tussen de sectoren om efficiënt met de middelen om te gaan door bepaalde acties die niet sectorspecifiek zijn transversaal uit te rollen.”

Hoe hou je VIVO in al die jaren scherp en relevant?

Luc: “Er zijn twee manieren om dat te doen. We houden permanent de vinger aan de pols door evaluatieformulieren van de vormingen te analyseren en de lesgevers te bevragen. Vanzelfsprekend is er ook de input van de sociale partners in de beheerscomités. Bovendien kennen de sectorverantwoordelijken hun sector door en door: ze volgen alle ontwikkelingen op de voet door vakliteratuur en door vaak in de realiteit te stappen. Daarnaast doen we concrete behoeftenpeilingen – per sector toch om de vijf jaar.”

Ook de instroom, het aantrekken van talent, staat op het to do-lijstje van VIVO.

Ingrid: “In al onze sectoren samen zijn er meer dan 400.000 mensen tewerkgesteld, dat is 18 procent van de Vlaamse werkgelegenheid. Een op de drie is ouder dan 50. Die moeten binnen aanzienlijke tijd vervangen worden en tegelijkertijd groeit de vraag naar zorg. Vooral in de welzijnssector stijgt het werkvolume. Met Verso hebben we berekend dat we over alle sectoren heen elk jaar 46.000 vacatures moeten invullen. Vaak zijn het knelpuntberoepen. Het vinden van de juiste profielen en jongeren stimuleren om te kiezen voor opleidingen die toeleiden naar onze sectoren, zijn dus inderdaad belangrijke uitdagingen.”

Wie zich aantrekkelijk voor wil doen, moet aan zijn reputatie werken.

Luc: “Dat is absoluut zo. En dat is niet altijd even gemakkelijk. Denk maar aan de ouderenzorg waar we voortdurend moeten opboksen tegen anekdotes die soms veel te negatief worden voorgesteld. Samen met werkgevers en bonden besteden we aandacht om die beroepen de nodige – en de juiste! – aantrekkingskracht te geven. In eerste instantie is het aan de werkgeverskoepels om hun rol op te nemen, maar VIVO moet in de slipstream daarvan positieve verhalen brengen, onder meer van mensen die in de sector terechtgekomen zijn en hun ervaring willen delen. Ook de zorgambassadeur en de VDAB nemen daarin een belangrijke rol op.”

VIVO heeft daaraan ook de komende jaren een flinke kluif. De toekomst oogt rooskleurig?

Ingrid: “Daar moet ik misschien wel een kanttekening bij zetten, want in Vlaanderen is het blijkbaar niet meer voor iedereen evident dat het sociaal overleg en alles wat daar uit voortvloeit een bouwsteen is van onze welvaart. Nochtans is VIVO een mooie illustratie van hoe werkgevers en vakbonden samen de schouders kunnen zetten onder belangrijke uitdagingen zoals instroom, levenslang leren, opportuniteiten creëren voor kansengroepen… Het engagement van werkgevers en bonden is complementair. En ja, we moeten ook durven toegeven dat dat niet altijd even gemakkelijk is: we zitten nu eenmaal met velen rond de tafel en iedereen heeft andere prioriteiten. Maar het grote voordeel is dat onze acties uiteindelijk altijd een groot draagvlak hebben. De missie van VIVO (zie onder) paritair beheren, vind ik een rijkdom die we moeten koesteren. Werkgevers en vakbonden moeten er samen voor zorgen dat VIVO zo goed en zo kwalitatief mogelijk kan werken. Het kost tijd, dat is waar. Uiteraard kan één man of vrouw die met niets of niemand rekening moet houden heel snel beslissingen nemen, maar daarom zijn het nog niet de goede beslissingen. Laat staan dat ze gedragen zijn. Ik ben ervan overtuigd dat het pas is als ze gedragen zijn, dat beslissingen worden uitgevoerd en impact hebben.”

De missie: ondersteunen, coachen en koesteren

Paritair aangestuurd werkt VIVO op het domein vorming/arbeid voor alle social-profitsectoren.
De strategische doelstellingen van VIVO werden tijdens een recente denkoefening door medewerkers en raad van bestuur - werkgevers en werknemers - geactualiseerd.

VIVO wil de volgende jaren:

  1. Potentiële instromers aanzetten om te kiezen voor een loopbaan in de social profit.
  2. Een breed en inspirerend, kwaliteitsvol leeraanbod in functie van duurzame loopbanen aanbieden aan werknemers en organisaties.
  3. De duurzame tewerkstelling van kansengroepen in de social-profitsectoren verhogen.
  4. Haar expertise verder uitbouwen in de domeinen ‘aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt’, ‘levenslang leren-competentiemanagement’, ‘diversiteit’ en ‘agressiebeheersing’.

Luc Van Waes: “VIVO is een intermediair. Wij verzorgen niet zelf de opleidingen, maar capteren een behoefte en zoeken dan op de markt organisaties (in de praktijk zijn het vaak vzw’s) met de juiste expertise, en gieten dat in een aanbod.”

De wijze waarop VIVO dat realiseert is bijzonder. Ingrid Lieten: “Het is een paritair beheerd orgaan, waarin werkgevers en vakbonden elk om de beurt het voorzitterschap waarnemen. Het voorbije anderhalf jaar heb ik die rol op mij mogen nemen. Na het verjaardagsfeest is het de bedoeling dat ik het stokje doorgeef aan de vertegenwoordigers van de vakbonden.”

“Het is een hele uitdaging, want VIVO werkt in een complexe omgeving: zowel werkgevers als vakbonden vertegenwoordigen heel wat sectoren*, die elk hun eigenheid hebben. Onze taak is al die besturen te ondersteunen, coachen en koesteren. En het is aan directeur Luc Van Waes en zijn team om telkens weer de grootste gemene deler te vinden.”

*De sectoren: gezinszorg, Vlaamse opvoedings- en huisvestingsinrichtingen, beschutte werkplaatsen, sociale werkplaatsen, lokale diensteneconomie, socioculturele sector, Vlaamse welzijns- en gezondheidssector, federale gezondheidsinrichtingen en -diensten, privéziekenhuizen, ouderenzorg, thuisverpleging, revalidatiecentra, Aanvullend Sociaal Fonds Non-Profit, openbare gezondheidssector.

Drie acties om in te kaderen

Op welke drie recente realisaties van VIVO is Luc Van Waes best wel trots - ook al was het niet evident te kiezen?

  1. De social-profitsalons. “Drie jaar lang hebben we samen met Verso met de steun van het Europees Sociaal Fonds (ESF) informele ontmoetingen georganiseerd – salons – tussen werkgevers en opleidingsverstrekkers enerzijds en mensen met een migratieachtergrond anderzijds. Meer dan 2000 personen hebben we daarmee bereikt en het gaf ons echt het gevoel: hier maken we het verschil.”
  2. De site waardevolwerk.be. “Zowel werknemers, leidinggevenden als organisaties vinden op die site tools en invalshoeken om werk te maken van werkbaar werk in de social profit. Het blijft een hot thema.”

  3. Duaal leren.

Ontdek hier het volledige aanbod van VIVO

Lees ook

Verso zoekt een 'Regioverantwoordelijke inclusief ondernemen'

Verso zoekt een 'Regioverantwoordelijke inclusief ondernemen'

Je wil je inzetten voor een inclusieve arbeidsmarkt en samenleving? Voor een nieuw project rond inclusief ondernemen zoekt Verso drie regioverantwoordelijken.

VersoDirect februari

VersoDirect februari

Deze maand gaan we in op het tewerkstellingsplan van regering en sociale partners, de werkbaarheidscheques en employer branding.

“Nieuwe kansen voor spullen én mensen”

“Nieuwe kansen voor spullen én mensen”

‘Open deuren’ is al jarenlang het motto van De Kringwinkel Hageland, verzamelnaam voor de kringwinkelfilialen in Tienen, Diest en Aarschot. Open deuren voor z…