De Vlaamse regering lanceerde in 2025 met Regelrecht een nieuw initiatief om de regeldruk te verminderen. Is deze keer de goede keer? De eerste signalen zijn veelbelovend, vindt Marleen Roesbeke (Algemeen Directeur SOM).
De administratieve ballast bij ondernemingen en burgers verminderen. Het zinnetje keert al vele legislaturen terug in de beleidsplannen van de Vlaamse overheid. Ook deze regering zet het bovenaan haar to-dolijst. “En met de oefening Regelrecht wordt er nu ook effectief werk van gemaakt”, vertelt Marleen Roesbeke. De regering heeft verschillende werkgroepen samengesteld, overkoepelende en per bevoegdheidsdomein. Marleen zetelt in de werkgroep Welzijn, samen met vertegenwoordigers van kabinetten, de administratie, werknemers, gebruikers, zelfstandige zorgvertrekkers en zorgkassen.
Wat is het doel van Regelrecht?
Marleen Roesbeke: “Het kluwen van regelgeving en administratieve verplichtingen ontwarren en bekijken waar er overlappingen zijn, waar drempels ontstaan en waar de grootste moeilijkheden zitten. Administratie maakt niemand gelukkig. Ze kost tijd die eigenlijk naar onze kernopdrachten zou moeten gaan. We kampen als sociale sector met een ernstige arbeidskrapte. We hebben onvoldoende mensen om aan alle zorg- en ondersteuningsnoden te voldoen. Het is dan extra jammer dat we een deel van de beschikbare capaciteit verliezen aan administratie. De eerste stap richting een oplossing is goed in kaart brengen waar de administratieve knelpunten zich bevinden, zowel intersectoraal als sectorspecifiek.”
Dit is zeker niet de eerste keer dat zo’n initiatief wordt genomen. Hoe hoopvol ben je?
“Je moet positief blijven. Elke regering zegt opnieuw dat ze de regeldruk wil verminderen, maar in de praktijk zien we die druk alleen maar toenemen. Al moeten we onze overheid krediet geven: niet alles komt van Vlaanderen. Een groot deel van de administratieve verplichtingen vloeit voort uit andere beleidsniveaus, vooral Europa. Denk aan zaken zoals cybersecurity en GDPR.”
Waar liggen volgens jou de grootste mogelijkheden voor Vlaanderen om ballast overboord te gooien?
“Sommige zaken zijn gewoon politieke keuzes. Vlaanderen kan er bijvoorbeeld voor kiezen om gesubsidieerde voorzieningen niet langer als overheidsdiensten te beschouwen. Nu doet ze dat wel, waardoor we onderworpen zijn aan die strenge Europese procedures en registraties. Neem cybersecurity of GDPR: uiteraard moeten ziekenhuizen goed beschermd zijn, maar dezelfde regels gelden nu tot in de kleinste vzw. Dat is soms echt een overshoot.”
“Bovendien dragen we wel de lasten van deze regelgeving, maar profiteren we niet van de baten. Verschillende Europese subsidiepotten blijven gesloten voor de social profit. Net zoals de KMO-portefeuille waar vzw’s, ondanks dat ze nu als vennootschappen beschouwd worden, geen aanspraak op kunnen maken.”
“Het ‘Only Once-principe’ kan een enorm verschil betekenen. Het idee is dat je gegevens van cliënten of medewerkers maar één keer registreert in een centrale, sectoraal gedeelde databank om herhaald administratief werk te vermijden. Maar het kan pas gerealiseerd worden als er zwaar geïnvesteerd wordt in het koppelen van databanken en het creëren van uniforme systemen.”
Zie je bereidheid om daar middelen voor vrij te maken?
“Op korte termijn niet. We bevinden ons in een uitgesproken besparingscontext, zowel federaal als Vlaams. De septemberverklaring gaf geen hoopvol signaal over extra budgetten. Idealiter komt er een langetermijnplan om geleidelijk te investeren in digitale en structurele oplossingen.”
Zie je ook quick wins?
“Absoluut. Binnen elke sector en subsector zijn er zaken die je onmiddellijk kunt aanpakken. Veel registratieverplichtingen sluiten niet meer aan bij de realiteit van het werkveld. Er zijn nieuwe functies en jobs ontstaan, maar die staan vaak niet in de bestaande systemen. Dan loop je meteen vast bij de registratie. Dat is frustrerend en kost organisaties veel tijd en geld. Daarnaast is er veel onduidelijke regelgeving. Die leidt bij inspecties tot interpretatieverschillen, waardoor voorzieningen uit voorzorg extra administratie bijhouden die eigenlijk niet verplicht is. Dat is pure verspilling van tijd en middelen. Heldere communicatie en een hersteld vertrouwen om dat soort ‘achterdochtige administratie’ te verminderen, is een van de snelle verbeterpunten.”
Hoe kan de overheid haar eigen regelgevende processen structureel verbeteren?
“Nieuwe regelgeving moet bij de opmaak al intersectoraal bekeken worden. Hoe minder verschillen tussen sectoren, hoe makkelijker personeel kan worden uitgewisseld, hoe vlotter data-uitwisseling gebeurt en hoe eenvoudiger uniforme systemen ontstaan. Neem de ouderenzorg en de sector voor personen met een handicap. Mensen met een handicap worden ouder dan vroeger, waardoor die sectoren steeds meer naar elkaar toegroeien. Het is logisch om administratieve drempels daar weg te werken. Ook voor het kwaliteitsdecreet geldt: maak de regels zoveel mogelijk intersectoraal. Wat in de ene sector geldt, zou ook in de andere sector moeten gelden. Dat voorkomt dubbel werk en stimuleert samenwerking.”
Wat de directe impact van deze oefening wordt voor de social profit? Wait and see. Het eindrapport van Regelrecht staat gepland voor 2029.
Denk mee over administratieve vereenvoudiging
Als verantwoordelijke of medewerker van een sociale onderneming weet jij als geen ander waar het schoentje wringt. Waar bots je in de praktijk op nodeloze administratie, dubbele registraties of onduidelijke regels? Met Regelrecht krijgt Vlaanderen opnieuw de kans om echte vooruitgang te boeken in de strijd tegen overregulering. Daarom roepen we alle organisaties in de social profit op om hun concrete ervaringen en voorstellen te delen. Alleen door input van het werkveld kan administratieve vereenvoudiging meer worden dan een goede intentie. Stuur je suggesties of voorbeelden van knelpunten naar kristel.deroy@verso-net.be.