De coronacrisis heeft zoals in alle sectoren een grote impact op het management van sociale ondernemingen. Lees hier het laatste nieuws.

Subsector

Hoe tabellen/figuren lezen?

Bijna een kwart van alle vestigingen in de social profit in Vlaanderen situeert zich bij de praktijken van artsen en tandartsen

Methodologie

Vestigingen naar sector en subsector

Het aantal vestigingen in het Vlaams Gewest kan ingedeeld worden naargelang de aard van de activiteit die de vestiging vervult. Deze indeling naargelang de activiteit kennen we beter als de indeling naar sector. De indeling naar activiteitssector gebeurt volgens een internationaal vastgelegd classificatiesysteem, de zogenaamde NACE-classificatie. Deze NACE-classificatie is bijzonder gedetailleerd. Ze werd in 2008 vernieuwd.

In de gepubliceerde statistieken wordt de activiteitssector op grote lijnen gegeven (1-digit). Er zijn 3 ‘sectoren’, die nauw aanleunen bij de activiteiten in de Vlaamse social profit:

  • Menselijke gezondheidszorg: nace 86
  • Maatschappelijke dienstverlening: nace 87-88
  • Kunst, amusement en recreatie: nace 90-91-92-93

Om evenwel een volledig beeld te krijgen van de activiteiten in de Vlaamse social profit moeten de activiteiten op een meer gedetailleerd niveau ingedeeld worden. Dit is de ‘subsector’. Zo zijn er bepaalde activiteiten binnen de sector kunst, amusement en recreatie, die niet tot de activiteiten van de social profit behoren (bv. loterijspelen). Maar er zijn ook activiteiten die vervat zitten in andere sectoren, die wel degelijk tot de social profit behoren. Deze situatie doet zich vooral voor in de socioculturele sector. Vandaar dat Verso, in overleg met haar koepelverenigingen, een gedetailleerde indeling heeft gemaakt van de activiteitensectoren die de Vlaamse social profit omvatten.

Definitie

Vestigingen zijn de ‘productie-eenheden’ met minstens 1 personeelslid die tijdens de referteperiode actief waren en in het Vlaams Gewest. De gedecentraliseerde RSZ-statistieken (of statistieken naar werkplaats) omvatten alle vestigingen die om de zes maanden geteld worden bij de RSZ én bij de DIBISS (de dienst van bijzondere sociale zekerheidsstelsels). De telling is gebaseerd op de Kruispuntbank Ondernemingen (KBO), waarin elke vestigingseenheid een uniek nummer krijgt. Dus niet de onderneming wordt geteld, maar alle exploitatiezetels waarover ze beschikt.

Het Steunpunt WSE harmoniseert de gegevens van 30 juni en 31 december naar jaargemiddelden.

Ik help je graag

Dirk Malfait

Dirk Malfait

Beleidsadviseur arbeidsmarkt en onderwijs

Stel je vraag