“Circulariteit gaat niet over terug naar vroeger, maar vooruit naar iets nieuws”

“Circulariteit gaat niet over terug naar vroeger, maar vooruit naar iets nieuws”

Hij ziet hoe – ook in welzijn, zorg en de brede social-profitsector – de komende jaren beslissend zullen zijn of circulariteit inclusief en sociaal wordt, dan wel een exclusieve business-case voor de happy few. Zijn stem wordt daarin gehoord: afgelopen zomer stond Lucas De Man op Tomorrowland als keynote speaker op de conferentie over duurzaamheid en de toekomst, Love Tomorrow. De Man is theatermaker, schrijver, tv-presentator en directeur van Stichting Nieuwe Helden. Maar bovenal daagt hij organisaties en sectoren uit om anders te kijken.

Professioneel ben je moeilijk op één ding vast te pinnen – wat staat er op jouw businesskaartje?

“Ik ben een ‘professioneel creatief veroorzaker’. Dat wil zeggen: ik word betaald om anders te denken. Mijn ambacht is verhalen en verbeelding: theater, televisie, tentoonstellingen. Maar mijn échte kracht is creativiteit: durven zoeken, durven twijfelen, niet bang zijn voor onzekerheid. En die creativiteit wordt steeds vaker ingeroepen door bedrijven, onderzoeksinstellingen en ook sociale organisaties. Omdat iedereen voelt dat het oude verhaal kraakt.”

Je zegt dat we op een kantelpunt staan. Wat bedoel je daarmee?

“Het huidige maatschappelijke systeem is ongeveer 250 jaar oud. Sinds de Verlichting leven we met het idee dat de mens het allemaal zelf kan regelen, los van natuur of gemeenschap. Dat heeft veel vrijheid en vooruitgang gebracht. Maar vandaag zitten we in ‘the loneliest time ever’. We geloven dat we zélf verantwoordelijk zijn voor geluk, succes, welzijn, zelfs gezondheid. Dat is een illusie. Het systeem kraakt: politiek, ecologisch, sociaal. De vraag is niet óf het verandert, maar hóe.”

“We zitten niet in een innovatiecrisis. We zitten in een waardencrisis”

Waarom speelt circulariteit een hoofdrol in die verandering?

“Omdat het letterlijk niet anders kan. Ons lineaire model – nemen, gebruiken, weggooien – loopt vast. Grondstoffen raken op, materialen worden onbetaalbaar. In de bouw is dat al heel tastbaar. Wie nu biobased bouwt of materialen hergebruikt, houdt niet alleen de planeet gezond, maar ook zijn financiële balans. Circulariteit is dus geen hippie-ideaal. Het is pure overlevingsstrategie.”

Helaas zien organisaties duurzaamheid vaak nog als ‘extra’.

“Inderdaad. Ik stel hen vaak de vraag: wie wil er over tien jaar failliet zijn? Niemand. Dan móét je duurzaam en circulair worden. En dan zie je ze schrikken. Veel bedrijven verwachten dat ik als kunstenaar over ijsberen en moraal kom praten. Maar ik zeg gewoon: de Europese Centrale Bank heeft uitgerekend dat niet-duurzaam drie keer zo duur wordt als duurzaam. Puur economisch is circulair werken slimmer. En dán kunnen we het hebben over waarden.”

Circulariteit klinkt mooi, maar jij ziet ook risico’s.

“Ja, circulariteit kan ook een lineaire economie in een cirkeltje worden. Bedrijven die hun materialen terugnemen en hergebruiken: top! Maar als dat alleen via dure abonnementen kan, dan sluit je groepen mensen uit. Denk aan mobiliteit: BMW en Audi werken aan abonnementen waarmee je altijd een auto of fiets kan nemen. Fantastisch, maar alleen als je het kan betalen. Wie niet mee kan, valt uit de cirkel. Dan groeit de ongelijkheid. Dus: circulair ja, maar sociaal óók.”

“Circulariteit zonder sociaal luik is gewoon een lineaire economie in een cirkel”

Wat betekent dat voor sectoren zoals welzijn en zorg?

“Ook de social profit zit vast in het oude verhaal. Ziekenhuizen, zorgcentra, welzijnsorganisaties zijn vaak hiërarchisch, top-down, gericht op cijfers en efficiëntie. Maar winst is geen doel, winst is een middel om je missie waar te maken. In een ziekenhuis moet winst dienen om betere zorg te geven, niet om aandeelhouders te plezieren. Toch zie je dat het vaak omgekeerd is. Circulariteit kan hier betekenen: eigenaarschap delen, organisatievormen herdenken, middelen opnieuw verdelen. Waarom zouden zorginstellingen niet coöperatief georganiseerd zijn?”

Zijn er voorbeelden die tonen dat het anders kan?

“In Catalonië is er een coöperatie (Mondragón Corporation) met 70.000 medewerkers die het hele bedrijf in handen hebben. Alle winst vloeit terug naar dorp, opleiding en cultuur. Het is een multinational, maar volledig sociaal georganiseerd. Waarom zou dat niet kunnen voor welzijn en zorg? Circulariteit gaat niet alleen over afval reduceren, maar ook over hoe we organisaties circulair inrichten: met rollen, gedeeld eigenaarschap, meebeslissen. Dat is even relevant voor een ziekenhuis als voor een bouwbedrijf. Een ziekenhuis dat personeel mede-eigenaar maakt, werkt niet alleen eerlijker, maar ook duurzamer: mensen blijven, voelen zich gezien, dragen mee zorg voor de organisatie. Circulariteit gaat dus ook over menselijk kapitaal herwaarderen, wat op zijn beurt betrokkenheid en stabiliteit creëert.”

Je zegt dat één ingreep niet volstaat, dat er een systeemverandering nodig is. Hoe pak je dat zoeken naar alternatieven concreet aan?
“Veel organisaties willen één dingetje veranderen: minder afval, betere isolatie, klaar. Maar zo werkt het niet. Circulariteit vraagt een systeemverandering. En dat begint met zoeken: toegeven dat je het niet weet en dan samen alternatieven ontwikkelen. Met creatieven, juristen, zorgverleners, bouwers. Wij hebben bijvoorbeeld hackathons met juristen georganiseerd om nieuwe contractvormen te bedenken: hoe verdeel je winst in een keten met tien partijen? Dat is ook circulariteit. In zorg kan je hetzelfde doen: eigenaarschap, zeggenschap en middelen herverdelen.”

“Kunst kan mensen samenbrengen die anders nooit rond de tafel zouden zitten”

Waarom meng jij kunst met bedrijven en zorg?

“Omdat je anders in je bubbel blijft. Kunst kan een neutrale rol spelen. Als je zegt: dit is een kunstproject, dan willen zelfs concurrenten samenwerken. In een workshop of installatie is het niet meteen commercieel. Dat geeft ruimte om samen te zoeken. Wij hebben projecten rond biobased bouwen gedaan met zes concurrerende bedrijven. In de zorg kan kunst ook die rol spelen: mensen samenbrengen die anders nooit rond de tafel zouden zitten.”

Je werkt zowel in Vlaanderen als in Nederland. Zie je verschillen in visie op duurzaamheid en circulariteit?

“In Nederland lopen ze voor op innovatie en regelgeving. Vlaanderen loopt voor op sociaal en spontaan. Nederland is vaak strakker voorbereid, maar moeilijker te veranderen. Vlaanderen lijkt chaotisch, maar dan regelt men het toch. Voor circulariteit in zorg en welzijn is dat een troef: er is nog meer verbondenheid, solidariteit, samen dingen doen. Dat mogen wij hier koesteren.”

Als je naar de toekomst kijkt: hoe zie je circulariteit zich ontwikkelen en wat betekent dat voor ongelijkheid tussen steden en gemeenschappen?

“Ik denk dat we ‘neotribes’ krijgen: groepen, buurten, steden die circulariteit goed organiseren, en andere die dat niet doen. In Gent zie ik dat gebeuren: buurtinitiatieven zoals het delen van materiaal met verschillende gezinnen, repair cafés, deelauto’s... In Lokeren (een willekeurig voorbeeld) neemt dat misschien niet zo’n vlucht. Dat betekent: de ongelijkheid groeit. Wie in een sterke tribe zit, profiteert. Wie dat niet doet, blijft achter. Ook daar heeft welzijn en zorg een rol: zorgen dat niemand uitgesloten wordt. Circulariteit moet sociaal zijn, of we krijgen nog meer kloof, onrust en geweld.”

Kan je een concreet voorbeeld geven van circulaire logica in actie?

“Kijk naar de bouw. Vandaag maken aannemers afspraken voor projecten die jaren later uitgevoerd worden. Maar intussen zijn materialen vaak 30% duurder. Als je je eigen materialen kan terugnemen en hergebruiken, hou je grip op de prijs. Biobased materialen zoals vlas of hennep kan je perfect opnieuw gebruiken. Dat geeft zekerheid en bespaart kosten. In de zorg kan hetzelfde: waarom telkens nieuwe apparatuur kopen als je het kan leasen, onderhouden en hergebruiken? Daar win je economisch én sociaal mee.”

“Daar ligt een taak voor de sociale sector: mee uitvinden, mee pionieren, niet afwachten”

Circulariteit kan verschillende kanten uitgaan. Welke valkuilen zie je als het systeem zich ontwikkelt?

“Circulariteit kan heel neoliberaal worden – een nieuw verdienmodel voor dezelfde spelers – of heel oud-socialistisch: alles in handen van de staat, log en bureaucratisch. Beide opties werken niet. We moeten daarom nieuwe vormen vinden: coöperatief, hybride, met gedeeld eigenaarschap. Circulariteit gaat niet over terug naar vroeger, maar vooruit naar iets nieuws. En daar ligt een taak voor de sociale sector: mee uitvinden, mee pionieren, niet afwachten.”

Veel organisaties lijken verlamd. Hoe doorbreek je dat?

“Het klopt: we willen eigenlijk niks veranderen. Dat zit in onze natuur. We hopen op één ingreep en klaar. Maar vandaag is het én sociaal, én technologisch, én ecologisch tegelijk. Dat voelt verlammend. Zaak is om te laten zien dat circulariteit niet alleen over kosten gaat, maar ook over waarden en zingeving.”

Wat kan de social profit morgen – of beter nog, vandaag – doen?

“Durven kiezen voor waarden. Niet zeggen: we zijn sociaal, dus we doen het goed. Nee: kritisch kijken naar de eigen organisatie. Hoe gaan we om met personeel, winst, eigenaarschap? Durven nieuwe modellen uitproberen. Medewerkers mede-eigenaars maken. Rollen verdelen. Samenwerken met bedrijven en overheden. Circulariteit vraagt ketens, niet silo’s. “Als de sociale sector hierin het voortouw neemt, kan ze tonen dat circulariteit ook menselijk en inclusief kan zijn.”
“Circulariteit komt er sowieso, omdat lineair te duur wordt. De vraag is: maken we het sociaal en inclusief, of wordt het een exclusieve business-case voor enkelen? Dat is waar het de komende jaren om draait. En dáár heeft de sociale sector een enorme verantwoordelijkheid.”