Zoekveld

Cijfersoverlay.png

Verso ontsluit arbeidsmarktcijfers uit de social profit

Werkbaarheid

Op deze pagina’s verzamelen we cijfers over de Vlaamse social profit vanuit verschillende bronnen. Om gemakkelijk zelf aan de slag te kunnen met deze cijfers, kunt u ze ook downloaden als een excelbestand. Deze cijfers worden twee keer per jaar geactualiseerd. De laatste update gebeurde in februari 2017.

Werkbaarheid

De werkbaarheidsmonitor van de Serv – Stichting innovatie en arbeid - is een driejaarlijkse schriftelijke bevraging van een representatieve steekproef van 30.000 loontrekkende Vlaamse werknemers. Klik hier voor meer technische uitleg over validiteit van de vragenlijst en de steekproeftrekking.

De vragenlijst meet aan de hand van een indicatorenset de 4 belangrijke aspecten van een kwaliteitsvolle job (werkstress, motivatie, leermogelijkheden en balans werk-privé).

Zie ook Verso-cahier 1/2014 - De werkbaarheid in de Vlaamse gezondheids- en welzijnssectoren.

Indicatoren

De 4 aspecten van een kwaliteitsvolle job zijn:

  • Werkstress: de mate waarin de door psychosociale arbeidsbelasting opgebouwde vermoeidheid recuperabel is dan wel leidt tot spanningsklachten en verminderd functioneren.
  • Welbevinden op het werk (motivatie): de mate waarin men door de aard van de job werkbetrokken is/blijft dan wel gedemotiveerd raakt.
  • Leermogelijkheiden: de mate waarin men door formele opleidingskansen en de dagdagelijkse ervaring op de werkplek de competenties al dan niet op peil kan houden en verder kan ontwikkelen in functie van de inzetbaarheid op langere termijn.
  • Balans werk en privé: de mate waarin de taakeisen in de werksituatie al dan de handelingsmogelijkheden in de thuissituatie belemmeren.

Deze 4 aspecten zijn de werkbaarheidsindicatoren. Per werkbaarheidsindicator wordt aangegeven wat het percentage van de Vlaamse werknemers is, dat aangeeft dat deze indicator niet-problematisch is. Het percentage werknemers in Vlaanderen dat aangeeft geen enkele van de 4 indicator als problematisch te ervaren, is de werkbaarheidsgraad.

Hoe tabellen/figuren lezen?

In 2016 gaf 89% van alle medewerkers uit de gezondheids- en welzijnszorg (gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening) aan dat ze geen problemen ondervond met de combinatie werk en privé, terwijl dit gemiddeld op de Vlaamse arbeidsmarkt 87,8% bedroeg.

PDF
Excel
Methodologie

Indicatoren (detail)

De 4 aspecten van een kwaliteitsvolle job zijn:

  • Werkstress: de mate waarin de door psychosociale arbeidsbelasting opgebouwde vermoeidheid recuperabel is dan wel leidt tot spanningsklachten en verminderd functioneren.
  • Welbevinden op het werk (motivatie): de mate waarin men door de aard van de job werkbetrokken is/blijft dan wel gedemotiveerd raakt.
  • Leermogelijkheiden: de mate waarin men door formele opleidingskansen en de dagdagelijkse ervaring op de werkplek de competenties al dan niet op peil kan houden en verder kan ontwikkelen in functie van de inzetbaarheid op langere termijn.
  • Balans werk en privé: de mate waarin de taakeisen in de werksituatie al dan de handelingsmogelijkheden in de thuissituatie belemmeren.

Deze 4 aspecten zijn de werkbaarheidsindicatoren. Per werkbaarheidsindicator wordt aangegeven wat het percentage van de Vlaamse werknemers is, dat aangeeft dat deze indicator niet-problematisch is. Het percentage werknemers in Vlaanderen dat aangeeft geen enkele van de 4 indicator als problematisch te ervaren, is de werkbaarheidsgraad.

De WBM-meting 2013 had een netto-responspercentage van 43,1%, wat ruim voldoende is om een betrouwbare representativiteit van de steekproef te garanderen. De respondenten vinken aan in welke sector ze werken, zodat de resultaten kunnen worden opgedeeld naar sectoren. De minimumdrempel van de steekproefomvang voor de sectoren lag op 200 eenheden. Deze minimumdrempel laat toe om in 2013 voor het eerst betrouwbare uitspraken te doen inzake werkbaarheid voor de volgende socialprofitsectoren:

  • Gezins-en bejaardenhulp ( N= 336).
  • Jeugdbijstand, gehandicaptenzorg en welzijnswerk (N=336).
  • Ziekenhuizen (N=1090).
  • Rusthuizen (N=515).
  • Kinderopvang en Centra voor geestelijke gezondheidszorg (N=201).

Voor de sectoren sociaal-cultureel werk (N= 141) en beschutte en sociale werkplaatsen (N=145) werd de minimumgrenswaarde niet bereikt. Beide sectoren worden in wat volgt niet opgenomen. Als verder wordt verwezen naar de ‘gezondheids- en welzijnssector’, betreft het de som van de vijf sectoren waarvoor wel de minimumdrempel werd bereikt.

Hoe tabellen/figuren lezen?

In 2013 gaf 93,6% van alle medewerkers uit de gezins- en bejaardenhulp aan dat ze geen problemen ondervond met de combinatie werk en privé, terwijl dit gemiddeld op de Vlaamse arbeidsmarkt 89,2% bedroeg.

PDF
Excel

Risico's

Kwaliteit van de arbeid komt tot stand in een context waarin een hele reeks factoren een rol spelen. De vragenlijst meet eveneens een aantal kenmerken van de werkplek, die al dan niet een risico inhouden voor de werkbaarheid. Dit zijn de zogenaamde werkbaarheidsrisico’s:

  • Werkdruk: de mate van arbeidsbelasting vanuit kwantitatieve taakeisen, zoals werkvolume, werktempo, deadlines.
  • Emotionele belasting: de mate van arbeidsbelasting vanuit contactuele taakeisen in het bijzonder bij omgang met klanten of coördinatietaken.
  • Taakvariatie: de mate waarin de functie-inhoud een afwisseld takenpakket omvat en beroep doet op de vaardigheden.
  • Autonomie: de mate waarin men invloed heeft op de planning en organisatie van het eigen werk.
  • Ondersteuning directe leiding: de mate waarin men door de rechtstreekse chef adequaat gecoacht en sociaal gesteund wordt.
  • Arbeidsomstandigheden: de mate waarin men wordt blootgesteld aan fysieke inconveniënten in de werkomgeving en lichamelijke belasting.

Per werkbaarheidsrisico wordt aangegeven wat het percentage van de Vlaamse werknemers is, dat aangeeft dat dit risico problematisch is in zijn/haar job.

Hoe tabellen/figuren lezen?

In 2016 gaf 38,1% van alle medewerkers uit de gezondheids- en welzijnszorg (gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening) aan dat ze een probleem ervaarde met de werkdruk, terwijl dit gemiddeld op de Vlaamse arbeidsmarkt 36,8% bedroeg.

PDF
Excel

Risico's (detail)

Kwaliteit van de arbeid komt tot stand in een context waarin een hele reeks factoren een rol spelen. De vragenlijst meet eveneens een aantal kenmerken van de werkplek, die al dan niet een risico inhouden voor de werkbaarheid. Dit zijn de zogenaamde werkbaarheidsrisico’s:

  • Werkdruk: de mate van arbeidsbelasting vanuit kwantitatieve taakeisen, zoals werkvolume, werktempo, deadlines.
  • Emotionele belasting: de mate van arbeidsbelasting vanuit contactuele taakeisen in het bijzonder bij omgang met klanten of coördinatietaken.
  • Taakvariatie: de mate waarin de functie-inhoud een afwisseld takenpakket omvat en beroep doet op de vaardigheden.
  • Autonomie: de mate waarin men invloed heeft op de planning en organisatie van het eigen werk.
  • Ondersteuning directe leiding: de mate waarin men door de rechtstreekse chef adequaat gecoacht en sociaal gesteund wordt.
  • Arbeidsomstandigheden: de mate waarin men wordt blootgesteld aan fysieke inconveniënten in de werkomgeving en lichamelijke belasting.

Per werkbaarheidsrisico wordt aangegeven wat het percentage van de Vlaamse werknemers is, dat aangeeft dat dit risico problematisch is in zijn/haar job.

De WBM-meting 2013 had een netto-responspercentage van 43,1%, wat ruim voldoende is om een betrouwbare representativiteit van de steekproef te garanderen. De respondenten vinken aan in welke sector ze werken, zodat de resultaten kunnen worden opgedeeld naar sectoren. De minimumdrempel van de steekproefomvang voor de sectoren lag op 200 eenheden. Deze minimumdrempel laat toe om in 2013 voor het eerst betrouwbare uitspraken te doen inzake werkbaarheid voor de volgende socialprofitsectoren:

  • Gezins-en bejaardenhulp ( N= 336).
  • Jeugdbijstand, gehandicaptenzorg en welzijnswerk (N=336).
  • Ziekenhuizen (N=1090).
  • Rusthuizen (N=515).
  • Kinderopvang en Centra voor geestelijke gezondheidszorg (N=201).

Voor de sectoren sociaal-cultureel werk (N= 141) en beschutte en sociale werkplaatsen (N=145) werd de minimumgrenswaarde niet bereikt. Beide sectoren worden in wat volgt niet opgenomen. Als verder wordt verwezen naar de ‘gezondheids- en welzijnssector’, betreft het de som van de vijf sectoren waarvoor wel de minimumdrempel werd bereikt.

Hoe tabellen/figuren lezen?

In 2013 gaf 15,1% van alle medewerkers uit de gezins- en bejaardenhulp aan dat ze een probleem ervaarde met de werkdruk, terwijl dit gemiddeld op de Vlaamse arbeidsmarkt 29% bedroeg.

PDF
Excel
Methodologie