Zoekveld

Toegevoegde waarde ontleed

In 2016 bracht Verso een studie uit waarin we de macro-economische betekenis van de social profit schetsten. In een vervolgstudie gaan we dieper in op de samenstelling en de evolutie van de toegevoegde waarde die de social profit creëert, zowel voor Vlaanderen als België.

De toegevoegde waarde geeft een beeld van de bijdrage van een bedrijfstak of groep van bedrijfstakken aan de economische ontwikkeling van een land of regio. In de periode 2003-2015 groeide de toegevoegde waarde van de Vlaamse social profit tot 17,1 miljard euro. Hiermee klom het aandeel van de social profit in de toegevoegde waarde van de Vlaamse economie van 6,95% tot 7,93%.

In deze periode groeide de toegevoegde waarde van de social profit dan ook sneller dan het Vlaams gemiddelde. De social profit kende tussen 2003 en 2015 namelijk een jaarlijkse groeivoet van 4,5% tegenover 3,6% voor de Vlaamse economie als geheel. Vooral na de financieel-economische crisis groeiden de socialprofitsectoren merkelijk sneller. Tussen 2003 en 2007 groeit de social profit jaarlijks ongeveer even snel als het geheel van de economie, maar dat beeld verandert helemaal in de periode na de economische crisis. Tussen 2007 en 2015 nam de toegevoegde waarde in de social profit gemiddeld toe met 4,1% per jaar, terwijl de Vlaamse economie met slechts 2,4% per jaar groeide in deze periode. Het Federaal Planbureau verwacht trouwens dat de gezondheidszorg en de maatschappelijke dienstverlening ook in de periode 2017-2022 sneller zullen groeien dan gemiddeld.

Gezondheidszorg sterkhouder

Van alle deelsectoren van de social profit die we kunnen onderscheiden, is de groei van de toegevoegde waarde binnen de gezondheidszorg het laagst tussen 2003 en 2015. De maatschappelijke dienstverlening liet de hoogste groei optekenen. Toch blijft de gezondheidszorg met 58,3% van de toegevoegde waarde in de social profit economisch gezien de grootste subsector. De maatschappelijke dienstverlening zit daar met 34,1% een stuk achter.

Enkel verloning?

De social profit kent vooral arbeidsintensieve sectoren, waardoor we zien dat de toegevoegde waarde van de social profit voor ongeveer driekwart bestaat uit lonen. Toch is het verkeerd om te stellen dat de economische betekenis van de social profit enkel op rekening van de verloning van haar medewerkers mag geschreven worden. Eerder toonde Verso al aan dat een belangrijke component van de economische activiteit in de social profit het intermediair verbruik is. Voor Vlaanderen komt dit op ongeveer 11 miljard euro aan bestellingen in andere sectoren.

De volledige studie kan u hier raadplegen.

Ga naar het nieuwsoverzicht