Zoekveld

Kenmerken werkgelegenheid

Kenmerken werkgelegenheid

In de social profit werkt zes op tien van de medewerkers deeltijds, tegenover 34,1% op de Vlaamse arbeidsmarkt. Zowel vrouwen (68,5%) als mannen (30,3%) werken bovengemiddeld deeltijds in de social profit.

De afgelopen tien jaar (2007-2017) nam het aantal deeltijds werkende mannen in de social profit toe met 66%, terwijl er op de Vlaamse arbeidsmarkt een afname was (-3,5%). Ook het aantal deeltijds werkende vrouwen bleef het afgelopen decennium aanzienlijk toenemen in de social profit: met een groei van 39,2% was de toename meer dan dubbel zo sterk dan gemiddeld op de Vlaamse arbeidsmarkt (+15,7%).

Bijna een kwart van de medewerkers in de social profit werkt in een arbeidersstatuut, terwijl dit gemiddeld 36% bedraagt op de Vlaamse arbeidsmarkt. Drie op vier heeft een bediendestatuut.

Deze cijfers worden twee keer per jaar geactualiseerd. De laatste update gebeurde in oktober 2018.

Deeltijds

Arbeidsregime: deeltijdse medewerkers presteren gemiddeld slechts een gedeelte van de arbeidstijd van een voltijds medewerker in dezelfde vestiging (of dezelfde sector) die dezelfde arbeid uitoefent als de betrokken medewerker. De medewerker in een speciaal arbeidsregime is de medewerker die presteert als seizoensarbeider, interim-werknemer of werknemer met gelimiteerde prestaties (oproep- en dagcontracten, gelegenheidsarbeid).

Bij een “geïndexeerde evolutie” nemen we een bepaald jaar als referentie (vast punt). Dit punt zetten we op 100. Daarna kijken we hoe dit verder in de tijd is geëvolueerd.

Hoe tabellen/figuren lezen?

Bijvoorbeeld: in PC 318 werkt 85,3% van de vrouwelijke medewerkers deeltijds, terwijl dit gemiddeld in Vlaanderen 55,3% bedraagt.

PDF
Excel
Methodologie

Omvang deeltijds

Arbeidsregime: deeltijdse medewerkers presteren gemiddeld slechts een gedeelte van de arbeidstijd van een voltijds medewerker in dezelfde vestiging (of dezelfde sector) die dezelfde arbeid uitoefent als de betrokken medewerker. De medewerker in een speciaal arbeidsregime is de medewerker die presteert als seizoensarbeider, interim-werknemer of werknemer met gelimiteerde prestaties (oproep- en dagcontracten, gelegenheidsarbeid). De omvang van de deeltijdse arbeid wordt ingedeeld in categorieën naargelang het aantal uren dat men presteert ten opzichte van een voltijdse prestatie. Een ‘kleine deeltijdse’ is minder dan 46% van een voltijdse prestatie en een ‘grote deeltijdse’ is meer dan 75% van een voltijdse prestatie.

Hoe tabellen/figuren lezen?

Bijvoorbeeld: in PC 318 werkt 2% van de deeltijdse medewerkers in een kleine deeltijdse, terwijl dit gemiddeld in Vlaanderen 12,7% bedraagt.

PDF
Excel
Methodologie

Statuut

Arbeidsstatuut: aard van het arbeidsstatuut van de loontrekkende medewerker (arbeider, bedienden of ambtenaar)

Bij een “geïndexeerde evolutie” nemen we een bepaald jaar als referentie (vast punt). Dit punt zetten we op 100. Daarna kijken we hoe dit verder in de tijd is geëvolueerd.

Hoe tabellen/figuren lezen?

In PC 318 werkt 90,2% van de medewerkers in een arbeidersstatuut, terwijl dit gemiddeld in Vlaanderen 36,2% bedraagt.

PDF
Excel
Methodologie

Scholing

Onderwijsniveau: wordt ingedeeld aan de hand van het hoogst behaalde diploma van de respondent. Deze indeling komt overeen met de internationaal geldende ISCED-indeling, die ook gebruikt is voor de bepaling van het onderwijsniveau in de andere Europese landen:

  • laaggeschoolden zijn de personen zonder diploma, met een diploma lager onderwijs, of secundair onderwijs van de 1ste of 2de graad
  • middengeschoolden zijn de personen met een diploma van het secundair onderwijs van de 3de graad, samen met de personen in het bezit van een diploma postsecundair niet-hoger onderwijs
  • hooggeschoolden zijn de personen met een diploma hoger onderwijs of universitair onderwijs (inclusief voortgezette universitaire opleiding en een doctoraat met proefschrift).

Hoe tabellen/figuren lezen?

In de gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening is 44,2% van de medewerkers hooggeschoold, terwijl dit gemiddeld in Vlaanderen 42,3% bedraagt.

PDF
Excel
Methodologie